Earl Wild (1915 - 2010)

Earl Wild (1915 - 2010)

Gisteren meldde de krant dat pianist Earl Wild (1915) op 23 januari rustig is overleden in zijn woning in Palm Springs. Dit bericht bracht me weer terug naar de vroeg jaren negentig. Als eerstejaars student aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag maakte ik toen een masterclass mee van Earl Wild.

Godzijdank hoefde ik bij die gelegenheid zelf niet te spelen. Ik was ook nog helemaal niet toe aan het virtuozenrepertoire waar Wild specialist in was, laat staan dat ik het gedurfd zou hebben. Maar wat een indruk maakte die masterclass! Ik geloof dat de student in kwestie iets voorspeelde van Liszt, een van de Paganini Etudes of een Concertetude, maar het kan ook een stuk van Rachmaninoff geweest zijn. Wat het ook was, ik vond het ongelooflijk knap en razendsnel gespeeld. Octaafpassages, arpeggios over het hele toetsenbord, tertsen in volle vaart omhoog en omlaag, trillers in de linkerhand…wat zou ik graag al die techniek in huis hebben gehad!

Earl Wild luisterde geïnteresseerd en nadat het laatste akkoord was weggestorven en de student opgelucht en ook best een beetje trots het korte applaus van de aanwezigen in ontvangst had genomen ontstond er een korte stilte. Alle ogen waren gericht op de oude meester. Zou hij het ook goed hebben gevonden? Wild bleef in gedachten verzonken. Langzaam richtte hij zich op en feliciteerde de student hartelijk met zijn techniek en zijn opvatting van het stuk. En ofschoon hij had genoten van de uitvoering kon hij de student wel een paar kleine suggesties meegeven. De meester nam plaats achter de vleugel om aan te geven wat hij bedoelde.

Toen gebeurde een wonder! Want hetzelfde stuk dat daareven nog zo verbluffend door de student was vertolkt leek nu compleet andere muziek. Het was alsof de vleugel letterlijk vleugels had gekregen. Snelle loopjes klonken niet meer indrukwekkend moeilijk, maar juist kinderlijk eenvoudig, nonchalant en toch verfijnd. In een waaier van klankkleuren verhieven eerder onopgemerkte middenstemmen zich nu gloedvol boven het klankweefsel, als cello’s in een symfonieorkest. Octavenpassages klonken niet hard en hol, maar donderden met volle kracht en ijzeren precisie uit de vleugel…

Na afloop was ik overweldigd. Nog nooit had ik zo van dichtbij en zo fysiek het verschil ervaren tussen een goede pianist en een meesterpianist. Ik wist meteen ook dat ik, áls ik überhaupt ooit al zo goed zou worden als de student, dat laatste zelf nooit zou kunnen worden.

Later heb ik bij masterclasses op het conservatorium en op andere plekken zulke wonderen vaker meegemaakt. En hoewel mijn oren inmiddels aanzienlijk aangescherpt zijn en ik het onderscheid tussen verdienstelijk en meesterlijk duidelijk denk waar te nemen, blijft het bij elke masterclass weer verrassend wat een wereld van verschil er tussen die twee kan bestaan.

Earl Wild heb ik sinds die masterclass helaas nooit meer live gezien, ofschoon hij geregeld in Nederland is geweest. Van onze eigen enige echte Liszt-virtuoos, Rian de Waal, heb ik ooit begrepen dat Wild een aimabele, humoristiche, beetje excentrieke ouwe nicht moet zijn geweest. Als dat zo was, dan weet ik trouwens wel iemand die Wild op vrijwel alle punten zou kunnen opvolgen: Leslie Howard.

Earl Wild, R.I.P.


Subscribe to comments Responses closed, but you can trackback. |
Post Tags:

Browse Timeline


Comments are closed.


© Copyright 2010 . Thanks for visiting!