Humor in reclame, ook voor klassieke muziek!

Humor en klassieke muziek. Hmmm. Natuurlijk, je hebt muzikale koddigheden in kluchtige opera’s, of je hebt muzikale grappenmakerij a la Mozarts Musikalische Spaß, waarin met muzikale conventies gegoocheld wordt voor een humoristisch effect. En er zijn muzikale komieken zoals Victor Borge, Hans Liberg of Igudesman & Joo, met hun soms acrobatische muzikantengrappen. Maar de overheersende stemming - en zeker het imago - van klassieke muziek is en blijft ernstig, zwaarwichtig, bloedserieus en meestal langdradig.

Voor reclamemakers die klassieke muziek onder de aandacht van met name jongeren moeten brengen zijn deze associaties niet erg bruikbaar. Maar waarom geen humor gebruiken? Humor in reclame blijkt keer op keer te werken, zelfs voor echt saaie zaken als verzekeringen of belastingen. In dit filmpje probeert Americans for the Arts met humor klassieke muziek te promoten. Een leuk filmpje, maar zou het ook werken? Volgens mij wel.

† Earl Wild R.I.P.

Earl Wild (1915 - 2010)

Earl Wild (1915 - 2010)

Gisteren meldde de krant dat pianist Earl Wild (1915) op 23 januari rustig is overleden in zijn woning in Palm Springs. Dit bericht bracht me weer terug naar de vroeg jaren negentig. Als eerstejaars student aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag maakte ik toen een masterclass mee van Earl Wild.

Godzijdank hoefde ik bij die gelegenheid zelf niet te spelen. Ik was ook nog helemaal niet toe aan het virtuozenrepertoire waar Wild specialist in was, laat staan dat ik het gedurfd zou hebben. Maar wat een indruk maakte die masterclass! Ik geloof dat de student in kwestie iets voorspeelde van Liszt, een van de Paganini Etudes of een Concertetude, maar het kan ook een stuk van Rachmaninoff geweest zijn. Wat het ook was, ik vond het ongelooflijk knap en razendsnel gespeeld. Octaafpassages, arpeggios over het hele toetsenbord, tertsen in volle vaart omhoog en omlaag, trillers in de linkerhand…wat zou ik graag al die techniek in huis hebben gehad!

Earl Wild luisterde geïnteresseerd en nadat het laatste akkoord was weggestorven en de student opgelucht en ook best een beetje trots het korte applaus van de aanwezigen in ontvangst had genomen ontstond er een korte stilte. Alle ogen waren gericht op de oude meester. Zou hij het ook goed hebben gevonden? Wild bleef in gedachten verzonken. Langzaam richtte hij zich op en feliciteerde de student hartelijk met zijn techniek en zijn opvatting van het stuk. En ofschoon hij had genoten van de uitvoering kon hij de student wel een paar kleine suggesties meegeven. De meester nam plaats achter de vleugel om aan te geven wat hij bedoelde.

Toen gebeurde een wonder! Want hetzelfde stuk dat daareven nog zo verbluffend door de student was vertolkt leek nu compleet andere muziek. Het was alsof de vleugel letterlijk vleugels had gekregen. Snelle loopjes klonken niet meer indrukwekkend moeilijk, maar juist kinderlijk eenvoudig, nonchalant en toch verfijnd. In een waaier van klankkleuren verhieven eerder onopgemerkte middenstemmen zich nu gloedvol boven het klankweefsel, als cello’s in een symfonieorkest. Octavenpassages klonken niet hard en hol, maar donderden met volle kracht en ijzeren precisie uit de vleugel…

Na afloop was ik overweldigd. Nog nooit had ik zo van dichtbij en zo fysiek het verschil ervaren tussen een goede pianist en een meesterpianist. Ik wist meteen ook dat ik, áls ik überhaupt ooit al zo goed zou worden als de student, dat laatste zelf nooit zou kunnen worden.

Later heb ik bij masterclasses op het conservatorium en op andere plekken zulke wonderen vaker meegemaakt. En hoewel mijn oren inmiddels aanzienlijk aangescherpt zijn en ik het onderscheid tussen verdienstelijk en meesterlijk duidelijk denk waar te nemen, blijft het bij elke masterclass weer verrassend wat een wereld van verschil er tussen die twee kan bestaan.

Earl Wild heb ik sinds die masterclass helaas nooit meer live gezien, ofschoon hij geregeld in Nederland is geweest. Van onze eigen enige echte Liszt-virtuoos, Rian de Waal, heb ik ooit begrepen dat Wild een aimabele, humoristiche, beetje excentrieke ouwe nicht moet zijn geweest. Als dat zo was, dan weet ik trouwens wel iemand die Wild op vrijwel alle punten zou kunnen opvolgen: Leslie Howard.

Earl Wild, R.I.P.

Theatermarketing 2.0

Onlangs was ik in De Balie in Amsterdam waar meer dan honderd marketeers werkzaam in de podiumkunsten (vrouwen zijn hier duidelijk in de meerderheid), zich hadden verzameld om presentaties bij te wonen van de dertig deelnemers die de eerste leergang ‘Theatermarketing 2.0’ (twee punt nul dit, drie punt nul dat…begint nu wel een beetje vermoeiend te worden). De bijeenkomst, prima georganiseerd door Bureau Promotie Podiumkunsten, begon met een ‘powerseminar’ van marketinggoeroe Richard van Hooijdonk.

Richard, type snelle verkoper, is een sympathieke en energieke spreker. Hij maakt goed contact met zijn publiek en lardeert zijn verhaal met hilarische van het internet geplukte virals, waardoor de stemming er meteen goed in komt. Nog niet zo lang geleden hadden de verzamelde theater- en muziekmensen waarschijnlijk nog hun neus opgehaald voor een marketingjongen zoals hij, maar in een tijd waarin subsidieregelingen op de tocht staan, sponsors zich terugtrekken en de zalen steeds vaker leeg blijven zijn alle middelen geoorloofd om de ‘oorlog om de consument’ te winnen.

Van Hooijdonk kan het weten, want hij was tot enkele jaren terug de grote strateeg achter de reclamecampagnes van het inmiddels ineengestorte kredietimperium van Dirk Scheringa (Frisia, lenen.nl, Postkrediet en natuurlijk DSB). Stuk voor stuk irritante en botte campagnes, maar wel uiterst succesvol. De massa’s DSB-gedupeerden zijn daarvan het bewijs (of is dat een flauwe opmerking?). Door zijn presentatie te beginnen met een plaatje van het geldpakhuis van Dagobert Duck liet Richard er geen twijfel over bestaan waar het hem om te doen is: zoveel mogelijk geld verdienen.

Met een sneltreinvaart voerde Richard het publiek mee in de wondere wereld van ‘marketing 2.0’. Een ideale wereld voor de moderne marketeer, omdat met nieuwe digitale technieken vrijwel iedere consument uit elke beoogde doelgroep (vrouwen zijn belangrijk bij de aankoopbeslissing!) individueel gevolgd kan worden, om zo op de meest strategische momenten telkens weer de kernboodschap in te fluisteren: “koop nu dat kaartje”. Of beter nog: “koop nu meteen kaartjes voor het hele gezin”.

Na een korte pauze volgden vier min of meer uitgewerkte concepten die de cursisten onder de bezielende leiding van Richard hadden ontwikkeld tijdens de leergang. De opdracht was om twee specifieke campagnes uit te werken en twee te generieke concepten te ontwikkelen die overdraagbaar zijn naar meerdere takken van de podiumkunsten. Er zaten mooie uitwerkingen bij, met name de jongerencampagne TheaterGuru en de campagne voor de voorstelling Verre Vrienden van het Nationaal Toneel.

De leergang krijgt een vervolg en dat is een goede zaak. Op die manier kan de theatermarketing zich als vakgebied verder ontwikkelen. Voor een volgende keer zouden misschien concreter tijdsinvestering en budgetten toegelicht kunnen worden. Iets meer historisch besef als het gaat om samenwerking zou ook nuttig kunnen zijn. Maar laat er vooral meer aandacht komen voor (merk)identiteit en kernwaarden zoals authenticiteit en integriteit. Want als die zaken niet in orde zijn en de focus puur op geld verdienen is gericht redden zelfs de meest commerciële bedrijven het niet. Hoe creatief en effectief incidentele reclamecampagnes ook mogen zijn. Richards voormalige baas Dirk Scheringa kan daarover meepraten.

Culturele posters voor het goede doel

een impressie van cultuurposters.nl

zo zou het eruit kunnen zien...

Als marketeer en organisator van concerten en festivals heb ik vaak te maken gehad met de productie van drukwerk, zoals posters, concertprogramma’s etc. Meestal bleef er na afloop van het evenement nog wat materiaal over. Materiaal, dat helaas niet allemaal bewaard kon worden. Niet zelden kwam er vanuit het publiek de vraag of met name de posters ook te koop waren. Meerdere keren hebben we inderdaad tijdens het evenement affiches verkocht. Toch bleven we veelal nog met een restpartij prachtige posters zitten die vanwege ruimtegebrek na enige weken alsnog in de papierbak verdween. Zo zal het in veel gevallen gaan en eigenlijk is dat om tal van redenen doodzonde.

Daarom heb ik het plan opgevat om een internetwinkel op te zetten waar posters van culturele instellingen (theater, concertzaal, musea, festival etc.) gekocht kunnen worden. Mijn idee is om hier een non-profit webshop van te maken, waarvan de opbrengsten (na aftrek van de kosten) ten goede komen aan een goed doel (cultureel).

Voordat ik hiermee verder ga wil ik eerst eens onderzoeken wat mijn collega’s in de cultuursector hier van vinden. Daarom start ik binnenkort een online enquete. De resultaten zal ik te zijner tijd hier publiceren.

Respighi, an introduction

Christiaan Kuyvenhoven, briljant pianist en groot pleitbezorger van klassieke muziek voor een nieuwe generatie. Mooi filmpje Chris, smaakt naar meer…

Respighi An Introduction from CERTO.tv on Vimeo.

Examenvraag solfege: zing een pentatonische toonladder

Eitje. Kijk maar naar dit filmpje naar dit filmpje waarin Bobby McFerrin bewijst dat iedereen de pentatonische toonladder in z’n systeem heeft:

Pianoconcert voor Youtube kat

Slim idee van componist Mindaugas Piečaitis: een concert voor Youtube celebrity Nora, de pianospelende kat.

hier meerrrrr

A berserk exercise of demented genius: Ken Russel’s Lisztomania. Nu ook op dvd

Bijna 35 jaar na verschijning brengt Digital Classics de film Lisztomania uit op dvd. De film is op z’n zachtst gezegd een ‘vrije interpretatie’ van het leven van Franz Liszt, gespeeld door Who legende Roger Daltry. Van wat te zien is in enkele clips op Youtube moet het een Fellini-achtige rockpotpourri zijn vol komische scenes en freudiaanse symboliek (Russels film over Mahler - bij sommigen beter bekend- is vergelijkbaar). In een uitgebreid stuk in The Times online prijst Russel de film zelf aan als “de enige film waarin Ringo Starr te zien is als paus. In cowboylaarzen.”
lisztomania

Quotes uit de pers:

“Post-Beatles Rococo…For Mr. Russell, the shortest line between two points is a pretzel.”
Vincent Canby - The NY Times

“Rage…That was my immediate reaction to ‘Lisztomania’, Ken Russell’s latest and most perversely self-indulgent ‘music appreciation’ fantasy.”
Peter G. Davis, NY Times

“Russell is living proof that a filmmaker today can do practically anything.”
Variety

“A berserk exercise of demented genius…”
Roger Ebert

Hier de trailer:

San Francisco Symphony komt met Ning

2009 is het jaar dat de ’social media’ en ‘web 2.0′ doorbreken in de wereld van de klassieke muziek. Zo gaat elk zichzelf respecterend ensemble naast - de obligate website met blog - aan de slag met Facebook, Flickr, Youtube, Myspace, Twitter en wat al niet. San Francisco Symphony (van dirigent Michael Tilson Thomas), vanouds een van de voorlopers met het gebruik van nieuwe media, komt met een eigen ‘Ning’. Een Ning is een community platform, vergelijkbaar met Facebook, maar dan exclusief voor de oprichters, zoals in dit geval SFS.

In het geval van SFS verwacht ik dat er veel tijd, aandacht en zorg uit zal gaan naar het onderhouden van de Ning (http://community.sfsymphony.org/). Dat internet een belangrijke element in hun marketingstrategie is heeft SFS al bewezen met twee fantastische sites die zeker de moeite waard zijn om nog eens te bezoeken: www.keepingscore.org en voor kinderen www.sfskids.org.

TED prize voor oprichter van het meest inspirende orkest ter wereld

Voor wie inspiratie, hoop, troost, liefde voor muziek en liefde voor het leven zoekt is deze speech van Maestro Abreu verplichte kost!


© Copyright 2010 . Thanks for visiting!